ECLI:NL:GHARN:2012:BV2126
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Mintjes
- H.G.W. Stikkelbroeck
- M. Barels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak bezit en vervaardiging virtuele kinderpornografie
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het bezit en het vervaardigen van virtuele kinderpornografische afbeeldingen gedurende de periode van oktober 2002 tot november 2008. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht vanwege een andere bewijswaardering en deed opnieuw recht. Verdachte werd vrijgesproken van het verspreiden van kinderporno en van bezit van kinderporno in bepaalde tijdelijke mappen, maar schuldig bevonden aan bezit en vervaardiging van kinderpornografisch materiaal, waarbij hij een gewoonte maakte van deze feiten.
Het hof oordeelde dat de tenlastelegging voldeed aan de eisen van artikel 261 Sv Pro en dat de dagvaarding niet partieel nietig was. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens vermeende misleiding, maar dit werd verworpen. Ook werd het verzoek tot benoeming van een deskundige voor nader digitaal onderzoek afgewezen wegens gebrek aan verdedigingsbelang.
De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van tien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan verplicht reclasseringscontact en het volgen van een ambulante behandeling. Het hof nam mee dat verdachte niet eerder was veroordeeld en dat hij gemotiveerd was voor behandeling. Het hof benadrukte de ernst van de feiten en het belang van bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, voor bezit en vervaardiging van virtuele kinderpornografie.