ECLI:NL:GHARN:2012:BV2112
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen afwaarderingsverlies voor onzakelijke lening aan vennootschap van zoon
Belanghebbende, die een pensioenuitkering genoot van een vennootschap waarin haar zoon alle aandelen bezat, had geld geleend van een bank en deze gelden vervolgens doorgeleend aan de vennootschap van haar zoon onder onzakelijke voorwaarden. De vennootschap kwam in financiële problemen en werd failliet verklaard, waarna belanghebbende een afwaarderingsverlies op haar vordering wilde aftrekken van haar belastbaar inkomen.
De Inspecteur en de Rechtbank wezen dit af, stellende dat de lening een ongebruikelijke terbeschikkingstelling betrof en dat het totaalwinstbegrip volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 geen aftrek van het verlies toestond. Het Hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de lening onzakelijk was omdat er geen rente-opslag, zekerheden of aflossingsschema waren overeengekomen en dat het debiteurenrisico vanwege de familierelatie werd aanvaard.
Belanghebbende kon geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maken die het onzakelijke karakter konden rechtvaardigen. Het hof concludeerde dat het afwaarderingsverlies niet ten laste van het resultaat uit de werkzaamheid kan worden gebracht en wees het hoger beroep af. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het afwaarderingsverlies op de onzakelijke lening niet in mindering kan worden gebracht op het resultaat uit overige werkzaamheden.