ECLI:NL:RBARN:2011:BP6590
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Lening moeder aan BV zoon met onzakelijke voorwaarden geen aftrekbare afwaardering
Eiseres heeft in de jaren 2004-2008 geld uitgeleend aan de BV van haar zoon, gefinancierd met een rekening-courantkrediet bij de ING Bank. De lening kende onzakelijke voorwaarden: geen schriftelijke overeenkomst, geen zekerheden, geen aflossingsschema en een rente gelijk aan haar eigen kredietrente. De BV werd in 2009 failliet verklaard en de lening werd niet afgelost.
Verweerder stelde dat geen sprake was van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling en weigerde afwaardering van de lening in aanmerking te nemen. De rechtbank volgt de Hoge Raad en oordeelt dat de lening onder artikel 3.92 Wet IB 2001 valt als ongebruikelijke terbeschikkingstelling vanwege de onzakelijke voorwaarden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres het risico van niet-terugbetaling niet om zakelijke maar om persoonlijke redenen heeft aanvaard, mede door de familierelatie en het ontbreken van zakelijke zekerheden. Het motief van pensioenveiligstelling is persoonlijk en niet zakelijk. Daardoor kan het verlies op de lening niet ten laste van het resultaat in box 1 worden gebracht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. De aanslag IB/PVV 2008 blijft gehandhaafd, waarbij de foutieve verwerking van de schuld in box 3 geen verhoging van de aanslag rechtvaardigt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst afwaardering van de lening af.