ECLI:NL:GHARN:2011:BV0822
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonbelasting: bijtelling auto van de zaak en boetebeschikking
Belanghebbende was in de periode 2006-2009 in loondienst en kreeg meerdere auto's van de zaak ter beschikking gesteld. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen loonbelasting, heffingsrente en boetes op wegens vermeend privégebruik van deze auto's zonder correcte rittenregistratie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Gerechtshof onderzocht het hoger beroep. Het Hof oordeelde dat de rittenregistraties van belanghebbende niet sluitend waren en dat het forfaitaire bijtellingsvoordeel terecht werd toegepast. Voor de periode 1 januari tot en met 18 april 2006 was de rittenregistratie wel voldoende om geen boete op te leggen.
De boete voor de overige perioden werd bevestigd wegens opzettelijk onjuiste verklaring en het gebruik van een onvolledige rittenregistratie. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking had op de boete over 2006 en mat deze boete tot € 228. De overige aanslagen en heffingsrente werden bevestigd. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Naheffingsaanslagen bevestigd, boete over 2006 verminderd tot € 228 en beroep in zoverre gegrond verklaard.