ECLI:NL:GHARN:2011:BV0520
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag wegens onaanvaardbaar risico voor kind
Partijen zijn in 1998 gehuwd en hebben drie kinderen, waaronder het kind waarvoor het gezag wordt betwist. Na de echtscheiding oefenden zij gezamenlijk gezag uit. Het kind heeft gedragsproblemen, waarbij drie artsen ADHD hebben vastgesteld en medicatie met methylfenidaat is geadviseerd. De ouders verschillen van mening over de diagnose en behandeling, wat leidt tot voortdurende strijd en stagnatie in de medische zorg.
De moeder heeft meerdere malen medische onderzoeken laten uitvoeren en is flexibeler in de behandeling, terwijl de vader zijn toestemming voor behandeling en deelname aan een ADHD-kindergroep heeft geweigerd. De onenigheid heeft ertoe geleid dat artsen zich terugtrekken uit angst voor klachten van de vader. Het hof acht het aannemelijk dat het kind klem raakt tussen de ouders en dat binnen afzienbare tijd geen verbetering te verwachten is.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het hof de moeder eenhoofdig gezag te geven. Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank Utrecht en bepaalt dat het gezag over het kind voortaan aan de moeder toekomt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd. Het verzoek van de moeder tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijzigt het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag aan de moeder wegens onaanvaardbaar risico voor het kind.