ECLI:NL:GHARN:2011:BU8357
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep in onroerendezaakbelastingzaken na intrekking onder voorwaarde
Belanghebbende was het niet eens met aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor de jaren 2005 tot en met 2008 en maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden en aanslagen. De bezwaren werden deels ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de aanslagen 2005 en 2006 niet-ontvankelijk en wees de overige beroepen ongegrond.
Belanghebbende stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Tijdens de procedure werd meerdere malen uitstel van de zitting gevraagd en verleend, onder andere wegens zakelijke verplichtingen, vakantie en ziekte. Voor de zitting van 22 november 2011 werd een uitstelverzoek wegens ontslag wegens reorganisatie afgewezen door het hof.
Belanghebbende trok daarop zijn hoger beroepen voorwaardelijk in, afhankelijk van het al dan niet verlenen van uitstel. Het hof oordeelde dat de voorwaarde was vervuld en verklaarde de hoger beroepen niet-ontvankelijk. Het hof motiveerde dat de belangen van partijen en het belang van voortgang van de procedure zwaarder wogen dan het uitstelverzoek, mede omdat belanghebbende reeds meerdere malen de behandeling had voorbereid en op de hoogte was van de zittingsdatum.
De uitspraak werd gedaan door het hof in aanwezigheid van de griffier, en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen zes weken cassatieberoep in te stellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard na rechtsgeldige intrekking wegens weigering uitstel.