ECLI:NL:GHARN:2011:BU7730
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen inkomstenbelasting zonder ambtelijk verzuim
Belanghebbende werd navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2004 tot en met 2006 inzake inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hij had inkomsten uit onroerende zaken aangegeven als resultaat uit overige werkzaamheden, terwijl hij voor 2003 deze als winst uit onderneming had opgegeven. De Inspecteur handhaafde de navorderingsaanslagen en heffingsrente.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslagen met normale zorgvuldigheid had moeten twijfelen aan de fiscale duiding, en dat sprake was van ambtelijk verzuim dat navordering in de weg stond. Tevens beriep hij zich op het vertrouwensbeginsel vanwege mededelingen op de aanslagbiljetten.
Het Hof oordeelde dat de aangiften een verzorgde indruk maakten en dat er een niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de duiding juist was. De Inspecteur was daarom niet gehouden tot nader onderzoek bij de primitieve aanslagen. Het enkele feit dat de Inspecteur een uitworp had gedaan maar de post niet onderzocht had, sluit navordering niet uit. Ook het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de mededelingen op de aanslagbiljetten onvoldoende zijn om een in rechte te beschermen vertrouwen te wekken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Arnhem bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden bevestigd.