ECLI:NL:GHARN:2011:BU6647
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding bij WOZ-waarde bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, aanvankelijk vastgesteld op €940.000 en na bezwaar verlaagd naar €710.000. Hij diende een aanvullend bezwaarschrift in met een nieuw taxatierapport, waarna de rechtbank hem proceskostenvergoeding toekende voor de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand.
De ambtenaar van de gemeente stelde dat de kosten voor het aanvullende bezwaarschrift niet voor vergoeding in aanmerking kwamen omdat het oorspronkelijke bezwaar al gegrond was verklaard en het aanvullende bezwaar niets wezenlijks toevoegde. Het hof oordeelde echter dat het aanvullende bezwaarschrift en de kosten daarvan als één geheel moeten worden gezien en dat deze kosten redelijk en noodzakelijk waren.
Het hof bevestigde dat de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand, ook indien gemaakt na het indienen van het eerste bezwaarschrift, voor vergoeding in aanmerking komen. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €874 voor de bezwaarfase en hoger beroep. Het hoger beroep van de ambtenaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de toekenning van proceskostenvergoeding voor beroepsmatige rechtsbijstand bij het aanvullende bezwaarschrift en verklaart het hoger beroep van de ambtenaar ongegrond.