ECLI:NL:GHARN:2011:BR3137
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.G.J.M. van Kempen
- R. den Ouden
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid te laat ingediend bezwaar overdrachtsbelasting monumentenpand
Belanghebbende heeft op 27 april 2007 een monumentenpand gekocht en daarvoor overdrachtsbelasting betaald. Bij brief van 28 mei 2009 maakte hij bezwaar tegen de belastingbetaling, verwijzend naar een recente uitspraak van het gerechtshof ’s-Gravenhage die hem vrijstelde van overdrachtsbelasting. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Tijdens de zitting op 12 mei 2011 werden de standpunten van partijen gehoord. Belanghebbende voerde aan dat hij als leek niet bekend was met de termijn en dat de Belastingdienst hem niet had geïnformeerd over de ontwikkelingen in de jurisprudentie.
Het Hof oordeelde dat onbekendheid met de termijn en de belastingwetgeving voor risico van belanghebbende blijft en dat de Belastingdienst geen verplichting had tot nadere voorlichting. Ook een wijziging in juridisch inzicht na het verstrijken van de termijn leidt niet tot verschoonbaarheid. Artikel 112 Grondwet Pro geeft de rechter geen bevoegdheid om af te wijken van de wettelijke bezwaartermijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.