ECLI:NL:GHARN:2011:BP8479
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.A. Dozy
- B.L. Lenselink
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep beroepsaansprakelijkheid huisarts na overlijden kind door mogelijk medische fout
Appellanten waren patiënt in de huisartsenpraktijk van geïntimeerde, evenals hun zoon die op 15 januari 2001 overleed. Na klachten van hoge koorts en uitdroging werd een diagnose gesteld van gastro-enteritis, waarna de huisarts een antibioticum voorschreef. Kort na het bezoek werd de zoon levenloos aangetroffen en overleed ondanks reanimatiepogingen.
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg oordeelde dat de huisarts een beroepsfout had gemaakt door onvoldoende aandacht te besteden aan tekenen van uitdroging en longproblemen. Desondanks betwistte de huisarts het causaal verband tussen zijn handelen en het overlijden.
Het hof overwoog dat de omkeringsregel niet van toepassing is omdat de norm van art. 7:453 BW Pro een algemene zorgplicht betreft en niet specifiek gericht is op het voorkomen van levensgevaar. Deskundigen concludeerden dat hoewel de conditie van de zoon ernstig was en een kinderarts mogelijk eerder ingeschakeld had moeten worden, de overlevingskansen minimaal waren en het overlijden waarschijnlijk niet voorkomen had kunnen worden.
Appellanten vorderden ook shockschade wegens de emotionele impact van het overlijden, maar het hof volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat het Nederlandse recht geen vergoeding voor shockschade kent in deze omstandigheden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af wegens ontbreken causaal verband.