Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de brief van 18 september 2020 van mr. Van der Weijden (met productie 6),
- de brief van 21 december 2020 van mr. Van der Weijden (met productie 7), en
- het verweerschrift (met producties 1 en 2).
2.De feiten
3.Het geschil
- bepaalt dat [verweerder] aansprakelijk en draagplichtig is voor het aan hem toegebracht letsel,
- [verweerder] veroordeelt tot betaling van € 2.500,- aan immateriële schadevergoeding;
- [verweerder] veroordeelt in de kosten van het verzoek van € 1.500,- en het griffierecht van € 308,-.