ECLI:NL:GHARN:2010:BO5985
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A. Smeeïng-van Hees
- C.G. ter Veer
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse opzegging arbeidsovereenkomst statutair bestuurder
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een statutair bestuurder tussentijds opgezegd kon worden na zijn ontslag als bestuurder door de algemene vergadering van aandeelhouders. Het hof heeft de arbeidsovereenkomst, die in het Duits was opgesteld en onder Nederlands recht viel, uitgebreid geanalyseerd, met name paragraaf 6.2 die de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging regelt.
Het hof concludeerde dat deze paragraaf, ondanks eerdere schrapping van een oudere versie, wel degelijk de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging biedt, ook buiten de situatie van een dringende reden. Dit strookt met de jurisprudentie van de Hoge Raad dat het ontslagbesluit in beginsel ook het einde van de arbeidsverhouding betekent, tenzij partijen anders overeenkomen of een wettelijk ontslagverbod geldt.
Verder heeft het hof geoordeeld dat appellant niet goed functioneerde en dat het ontslag niet onzorgvuldig was. De subsidiaire stelling van appellant dat sprake zou zijn van kennelijk onredelijke opzegging en recht op schadevergoeding werd verworpen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Arnhem en wees de vorderingen van appellant volledig af, met veroordeling in de kosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst mogelijk was en wijst de vorderingen van appellant af.