ECLI:NL:GHARN:2010:BO2091
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens niet voldoen urencriterium in VOF
Belanghebbende, partner in een vennootschap onder firma (VOF), kreeg voor het jaar 2006 een navorderingsaanslag opgelegd wegens vermeend niet voldoen aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, waarna belanghebbende in beroep ging bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De VOF exploiteerde een installatiebedrijf en een winkel. Belanghebbende werkte 24 tot 32 uur per week en verrichtte administratieve en winkelwerkzaamheden. De kern van het geschil betrof de vraag of deze werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren, waardoor het urencriterium niet werd gehaald.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen dat de werkzaamheden niet hoofdzakelijk ondersteunend zijn, bij belanghebbende ligt, ook bij navordering. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat meer dan 30% van haar tijd omzetgenererend was, mede omdat zij geen specificatie gaf van haar aanwezigheid in de winkel en afspraken over winkelbezetting ontbraken.
Verder was niet aannemelijk dat het samenwerkingsverband tussen belanghebbende en haar echtgenoot ongebruikelijk was. Het hof concludeerde dat de Inspecteur geen nader onderzoek hoefde te verrichten voorafgaand aan de navordering en dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag omdat belanghebbende niet heeft aangetoond dat zij voldeed aan het urencriterium.