ECLI:NL:GHARN:2010:BM9837
Gerechtshof Arnhem
- Cassatie
- C.M. Ettema
- R. den Ouden
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor te weinig betaalde omzetbelasting wegens (voorwaardelijk) opzet belanghebbende
Belanghebbende, handelend onder de naam ‘B’, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2002 tot en met 2005, inclusief een vergrijpboete van 50% wegens het niet volledig betalen van de verschuldigde omzetbelasting. De Inspecteur stelde dat belanghebbende (voorwaardelijk) opzet had, omdat zij bewust minder aangaf dan verschuldigd was. Belanghebbende voerde aan dat zij zich op haar adviseur beriep en dat de boete onterecht was.
Tijdens het hoger beroep werd A, de voormalige adviseur van belanghebbende, gehoord. Zij verklaarde dat belanghebbende regelmatig aangaf slechts een deel van de verschuldigde omzetbelasting te kunnen betalen en dat zij ondanks herhaalde waarschuwingen weigerde suppletieaangiften in te dienen. Ook bleek uit de jaarrekeningen dat er structureel te weinig omzetbelasting werd afgedragen en dat dit expliciet op de balans werd vermeld. Belanghebbende gebruikte de middelen voor andere doeleinden, zoals de aanschaf van een auto.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende bewijs had geleverd dat het niet voldoen van de volledige omzetbelasting aan het (voorwaardelijke) opzet van belanghebbende te wijten was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete van 50% werd bevestigd. De uitspraak van de Rechtbank Arnhem werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de boete van 50% wegens (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende bij het niet volledig betalen van omzetbelasting.