ECLI:NL:GHARN:2009:BZ6967
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.J. Rijken
- A.E.F. Hillen
- C.W.P. van Gelder
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en uitsluitingsclausule bij appartementsrechten
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en na echtscheiding ontstond discussie over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name over een vordering van de man op zijn ouders en de verkoopopbrengst van appartementen.
De rechtbank had geoordeeld dat de vordering op de ouders tot de gemeenschap behoorde en dat de vrouw de helft van de debetrente over een gemeenschappelijke bankrekening moest vergoeden. De man stelde dat de vordering privévermogen betrof vanwege een uitsluitingsclausule en het leerstuk van zaaksvervanging.
Het hof oordeelde dat de kwijtschelding van de koopsom met uitsluitingsclausule samenhangt met de appartementsrechten en dat deze niet tot de gemeenschap behoren. Ook werd geoordeeld dat de vrouw geen helft van de debetrente hoeft te betalen omdat de rekening aan de man is toegedeeld.
De overige punten van de beschikking werden bekrachtigd en de kosten van hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de man op zijn ouders valt buiten de huwelijksgemeenschap en de vrouw hoeft geen helft van de debetrente te vergoeden.