ECLI:NL:GHARN:2009:BL0232
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwikkeling rangregeling eerste hypotheekrecht Rabobank
In deze zaak stond de afwikkeling van de rangregeling tussen Rabobank als eerste hypotheekhouder en Recreatiecentrum als tweede hypotheekhouder centraal. Het hof verwees naar eerdere tussenarresten en oordeelde dat de Rabobank haar eerste hypotheekrecht mocht uitoefenen over de executoriale verkoopopbrengst van onroerende zaken, inclusief de daarop gekweekte rente.
Recreatiecentrum stelde dat de zorgplicht van Rabobank was geschonden en dat de rangregeling doorbroken moest worden, maar dit nieuwe verweer werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Het hof stelde vast dat de vorderingen van Rabobank substantieel hoger waren dan de verkoopopbrengst plus rente, zodat een nadere berekening niet nodig was.
Verder werd Recreatiecentrum niet-ontvankelijk verklaard in haar reconventionele eis omdat deze voor het eerst in hoger beroep werd ingesteld. De vorderingen van Recreatiecentrum werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Almelo en deed opnieuw recht ten gunste van Rabobank.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eerste hypotheekrecht van Rabobank tot f 25 miljoen en wijst de vorderingen van Recreatiecentrum af.