ECLI:NL:GHARN:2009:BK7034
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag fosfaatheffing wegens niet-toepassing vrijstellingsregeling
Belanghebbende exploiteerde een vleesstierenopfokbedrijf en breidde in 2004 de stalcapaciteit uit. Hij kreeg een naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd van €468, die hij betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het geschil betrof de toepassing van de Vrijstellingsregeling gestarte en uitgebreide bedrijven Meststoffenwet, die vrijstelling geeft bij een toename van het aantal dieren van minimaal 15% en ten minste 3 grootvee-eenheden (GVE). Belanghebbende stelde dat de veebezetting met 91% was toegenomen en dat hij recht had op vrijstelling. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat de toename slechts 3,59% bedroeg, onvoldoende voor vrijstelling.
Het hof oordeelde dat de toename in GVE slechts 2,71 GVE (3,59%) bedroeg, waardoor niet aan de voorwaarden voor vrijstelling was voldaan. Ook wees het hof het standpunt af dat een vrijstelling uit 2005 kon worden verrekend met een overschot uit 2004. De naheffingsaanslag werd als terecht bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Het hof legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bekrachtigd door het Gerechtshof Arnhem op 15 december 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag fosfaatheffing over 2004 wordt bevestigd.