ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9680
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zelfstandigenaftrek voor prostituee als zelfstandige beroepsbeoefenaar
Belanghebbende, werkzaam als prostituee bij een relaxbedrijf, was maat in een stille maatschap die samen met een BV en een stichting het bedrijf exploiteerde. De Inspecteur had de zelfstandigenaftrek en diverse kostenposten afgewezen, waardoor het belastbaar inkomen hoger werd vastgesteld.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, maar de Inspecteur ging in hoger beroep. Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende haar beroep zelfstandig uitoefent en of zij recht heeft op de zelfstandigenaftrek zonder dat zij rechtstreeks verbonden is voor de schulden van de onderneming.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende haar beroep zelfstandig uitoefent, omdat zij zelfstandig overeenkomsten met klanten sluit en haar omzet afhankelijk is van haar persoonlijke dienstverlening. Het feit dat de maatschap en stichting naar buiten treden en dat vaste prijzen gelden, deed hier niet aan af. Ook is geen aparte toetsing aan het verbondenheidscriterium nodig, omdat zij als ondernemer wordt aangemerkt.
Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd, en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van €16.372. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €805.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende als zelfstandige beroepsbeoefenaar recht heeft op zelfstandigenaftrek en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van €16.372.