ECLI:NL:GHARN:2009:BI1734
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verval recht op uitkering na woninginbraak en onjuiste voorstelling van zaken
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen appellant en verzekeraar RVS over een inboedelverzekering na een woninginbraak op 24 december 2004. Appellant vordert vergoeding van € 9.100,- voor inboedelschade, terwijl RVS in reconventie hogere bedragen vordert wegens vermeende misleiding.
De rechtbank Arnhem wees de vordering van appellant af en kende een deel van de reconventionele vordering van RVS toe. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof beoordeelde onder meer de juistheid van de door appellant opgegeven gegevens over gestolen goederen, zoals een Panasonic digitale telefoon en een JVC Hi-Fi set.
Uit onderzoek en getuigenverklaringen bleek dat appellant tegen beter weten in onjuiste informatie had verstrekt over de aanschaf en het serienummer van de telefoon en de aankoop van de Hi-Fi set. Dit werd als opzettelijke misleiding aangemerkt, waardoor op grond van artikel 7:941 lid 5 BW Pro het recht op uitkering verviel.
Het hof liet appellant niet toe tot tegenbewijs wegens het ontbreken van concrete bewijsaanbieding en verwierp zijn grieven. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van RVS. Het arrest van de rechtbank Arnhem van 15 augustus 2007 werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het recht op uitkering vervalt wegens opzettelijke misleiding en veroordeelt appellant in de proceskosten.