ECLI:NL:GHARN:2008:BG2098
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en overeenkomst tussen Nijmidon en Hoogenboom over levering aardappelzetmeel
In deze civiele zaak staat centraal of tussen Nijmidon en Hoogenboom een geldige (duur)overeenkomst tot stand is gekomen op basis van afspraken van 28 april 2003, bevestigd op 6 mei 2003. Hoogenboom stelt dat Nijmidon aansprakelijk is voor niet-nakoming en levering van ondeugdelijke aardappelzetmeelpartijen in 2005. Nijmidon betwist dit en voert aan dat sprake is van opvolgende mondelinge overeenkomsten los van de oorspronkelijke afspraken.
Het hof overweegt dat de kennis en afspraken van een werknemer van een van de oprichters van Nijmidon aan Nijmidon toegerekend moeten worden, ook buiten formele vertegenwoordiging, gelet op het gerechtvaardigd vertrouwen van Hoogenboom. Het hof stelt dat de vraag of Nijmidon de rechtshandeling van voor haar oprichting heeft bekrachtigd, cruciaal is en laat Hoogenboom toe bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor.
Daarnaast wordt de beoordeling van de aansprakelijkheid voor de kwaliteit van de leveringen aangehouden totdat bewijs is geleverd. Ook de proceskosten in conventie en reconventie worden aangehouden. Het hof gelast een comparitie van partijen voor nadere inlichtingen en mogelijke minnelijke schikking, waarbij strikte termijnen voor bewijslevering en proceshandelingen worden gesteld.
Het toepasselijke recht is het Weens Koopverdrag, met aanvullend Nederlands recht, waarbij de uitleg van verklaringen en gedragingen volgens het Haviltex-criterium plaatsvindt. Het arrest benadrukt het belang van de wederzijdse verwachtingen en gedragingen voor de contractuele relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof laat bewijslevering toe over bekrachtiging van de overeenkomst en houdt verdere beslissing aan.