ECLI:NL:GHARN:2008:BG2004
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering zekerheidstelling proceskosten op grond van Verdrag Nederland-VS
In deze civiele zaak in hoger beroep vordert [geïntimeerde sub 1] namens beide geïntimeerden zekerheidstelling voor de proceskosten van appellant, die in de Verenigde Staten woont. De vordering is gebaseerd op artikel 353 Rv Pro in verbinding met artikel 224 Rv Pro. Appellant voert verweer met een beroep op het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika (1956), dat onderdanen van beide landen vrijstelt van zekerheidstelling voor proceskosten.
Het hof stelt vast dat appellant inderdaad een Amerikaans onderdaan is en dat het Verdrag en het bijbehorende Protocol het recht op kosteloos procederen en vrijstelling van waarborgsom omvatten. De door geïntimeerden aangevoerde praktische moeilijkheden bij het verhalen van proceskosten op een Amerikaanse partij kunnen geen afwijking van het Verdrag rechtvaardigen.
Daarom wijst het hof de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelt het geïntimeerden in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen voor het nemen van een memorie van grieven door appellant, en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten wordt afgewezen op grond van het Verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten.