ECLI:NL:GHARN:2008:BG1557
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie overeenkomst en aansprakelijkheid bij verlies jacht door brand
In deze zaak staat centraal of de overeenkomst tussen appellant, een buitenlandse consument, en Holland Yachting moet worden gekwalificeerd als een huurovereenkomst of als een overeenkomst van bewaarneming. Het hof oordeelt dat sprake is van een overeenkomst van bewaarneming, omdat appellant zijn jacht aan Holland Yachting heeft toevertrouwd om het te bewaren op een daartoe ingericht terrein onder toezicht van Holland Yachting.
Na het winterseizoen is het jacht door brand verloren gegaan. Het jacht was niet verzekerd en de oorzaak van de brand is onbekend. Appellant vordert schadevergoeding wegens verlies van het jacht. Holland Yachting stelt dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en dat zij zich niet hoefde te verzekeren tegen overmacht zoals brand.
Het hof overweegt dat Holland Yachting als professionele bewaarnemer van waardevolle jachten in principe een verzekering tegen brand en diefstal had moeten hebben. Echter, Holland Yachting heeft aangevoerd dat zij appellant heeft geïnformeerd dat het jacht niet verzekerd was tijdens de stalling, hetgeen de grenzen van haar zorgplicht aangeeft en haar aansprakelijkheid uitsluit.
Omdat appellant betwist dat hij hierover is geïnformeerd, krijgt Holland Yachting een bewijsopdracht om dit te bewijzen. Indien zij daarin slaagt, wordt het vonnis in conventie bekrachtigd; zo niet, wordt schadevergoeding toegewezen. De beslissing in reconventie wordt aangehouden. Tevens worden nadere procesafspraken gemaakt over het getuigenverhoor.
Uitkomst: Het hof kwalificeert de overeenkomst als bewaarneming en wijst Holland Yachting een bewijsopdracht toe over de verzekering van het jacht; beslissing in reconventie wordt aangehouden.