ECLI:NL:GHARN:2007:BB7505
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- J. Lamens
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem bevestigt afwijzing herinvesteringsreserve bij verkoop kavels
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, had in 2001 een aanslag vennootschapsbelasting ontvangen over een belastbaar bedrag van €1.381.718. De Rechtbank Arnhem had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot €524.238, waarbij de vorming van een herinvesteringsreserve bij de verkoop van kavels werd toegestaan.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof stelde vast dat de kavels (OZ I) ten tijde van verkoop niet als bedrijfsmiddel konden worden aangemerkt, omdat deze waren prijsgegeven en aangewend voor de verkoop van voorraden. Hierdoor kon geen herinvesteringsreserve worden gevormd volgens de geldende belastingwetten.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur het vertrouwen had gewekt dat de reserve gevormd kon worden, mede door het accepteren van de reserve in de aanslag over 2000. Het Hof oordeelde echter dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was, omdat de reserve niet uitdrukkelijk en gemotiveerd was besproken en de Inspecteur geen handelingen had verricht die dit vertrouwen konden wekken.
Het Hof concludeerde dat de reserve op de balans per 2000 ten onrechte was opgenomen en dat deze niet kon worden gehandhaafd in 2001. De reserve moest worden toegevoegd aan de winst van 2001. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, waardoor de vorming van een herinvesteringsreserve wordt afgewezen.