ECLI:NL:GHARN:2007:BB6080
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.C.M. de Kroon
- J.A. Monsma
- J. van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-discriminatoir karakter terbeschikkingstellingsregeling in inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.91 Wet IB 2001 discriminerend is omdat deze een ongelijke fiscale behandeling inhoudt tussen vermogensbestanddelen ter beschikking gesteld aan gelieerde en niet-gelieerde personen zonder voldoende rechtvaardiging.
Het Hof overwoog dat het discriminatieverbod in het EVRM en IVBPR niet iedere ongelijke behandeling verbiedt, maar alleen die zonder redelijke en objectieve rechtvaardiging. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij fiscale regelingen en het Hof moet terughoudend zijn in toetsing.
De regeling is uitgebreid besproken in de parlementaire geschiedenis, waarbij de wetgever expliciet streefde naar fiscale gelijkheid tussen ondernemers die zelf ondernemen en die via een vennootschap, en het tegengaan van belastingarbitrage. Alternatieve maatregelen zijn onderzocht maar afgewezen wegens onvoldoende effectiviteit.
Het Hof concludeert dat de wetgever zorgvuldig belangen heeft afgewogen en dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de ongelijke behandeling. Het beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Arnhem bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.