ECLI:NL:GHARN:2007:BB4902
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.C.M. de Kroon
- Röben
- Den Ouden
- Rechtspraak.nl
Geen winst uit onderneming voor resultaat vóór oprichting BV, geen recht op zelfstandigenaftrek
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over 2001, waarbij de Inspecteur de aanslag handhaafde. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de vraag of het resultaat behaald in de vóórperiode van een uiteindelijk niet-opgerichte BV kon worden aangemerkt als winst uit onderneming, en of belanghebbende daarom recht had op zelfstandigenaftrek. Belanghebbende stelde dat sprake was van ondernemerschap vanwege het feitelijk dienstverband van een leerling, hoofdelijke aansprakelijkheid, ondernemingsrisico en het oogmerk om winst te behalen.
Het Hof oordeelde dat het samenwerkingsverband dat de BV i.o. voorbereidde geen objectieve onderneming vormde, omdat het oogmerk ontbrak om duurzaam zelfstandig een onderneming uit te oefenen en de samenwerking snel werd verbroken. Ook ontbrak het aan zelfstandigheid en ondernemingsrisico bij belanghebbende, die opdrachten via zijn vroegere werkgever ontving en aanwijzingen kreeg van diens directeur/aandeelhouder.
De hoofdelijke aansprakelijkheid en het oogmerk winst te behalen konden niet als bewijs van ondernemerschap gelden. Belanghebbende had geen zelfstandige en duurzame organisatie van arbeid en kapitaal die gericht was op deelname aan het economische verkeer. Daarom kon hij geen aanspraak maken op ondernemersfaciliteiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd dat het resultaat uit de vóórperiode geen winst uit onderneming is.