ECLI:NL:GHARN:2006:AY5551
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- Katz-Soeterboek
- Mens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing betwisting afstamming wegens strijd tussen geboorteakte en bezit van staat
In deze zaak betwistte [A.] de afstamming van [B.] op grond van artikel 1:209 BW Pro, omdat [B.] niet het kind zou zijn van [A.] sr., zoals vermeld in zijn geboorteakte, maar van [B.] sr. De rechtbank had het verzoek afgewezen, waarna [A.] hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem.
Het hof nam kennis van de feiten dat [B.] binnen 300 dagen na de echtscheiding van [A.] sr. en [C.] geboren is en daarom volgens het oude artikel 310 BW Pro als kind van [A.] sr. in de geboorteakte staat vermeld. Echter, [B.] heeft zich steeds als zoon van [B.] sr. gepresenteerd, draagt diens geslachtsnaam en is ook als zodanig opgenomen in de verklaring van erfrecht na het overlijden van [B.] sr.
Het hof oordeelde dat het bezit van staat, dat wil zeggen de maatschappelijke en uiterlijke feiten die duiden op een familiebetrekking, niet overeenkomt met de vermelding in de geboorteakte. Volgens vaste jurisprudentie en literatuur kan in een dergelijk geval de afstamming volgens de geboorteakte door anderen worden betwist. Daarom werd de betwisting van de afstamming van [B.] gegrond verklaard en is de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de uitspraak in te schrijven. Het verzoek dat [B.] geen kind is van [A.] sr. werd niet toegewezen wegens ontoereikende grondslag in artikel 1:209 BW Pro.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd en het verzoek van [B.] tot veroordeling van [A.] in de kosten van de eerste aanleg werd niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de rechtbank werd voor zover nodig vernietigd en het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De betwisting van de afstamming van [B.] is gegrond verklaard en de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand is gelast.