ECLI:NL:GHARN:2005:AU4266
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening aanslagen roerenderuimtebelasting wegens invloed toekomstig beleid woonarken op ligplaatswaarde
Belanghebbende betoogde dat de gemeentelijke APV van Arnhem een hoogtebeperking van 4 meter voor woonschepen na 2010 bevat, waardoor zijn woonark van 4,95 meter na die datum geen ligplaatsvergunning meer zou krijgen. Dit toekomstig beleid beïnvloedt volgens hem de waarde van de ligplaatsvergunning die ten grondslag ligt aan de roerenderuimtebelasting voor de jaren 2001-2004.
Het hof bevestigt dat het toekomstig beleid, zoals neergelegd in artikel 5.3.15 van de APV, invloed heeft op de waarde van de ligplaatsvergunning en dat hiermee rekening moet worden gehouden bij de waardering. De verweerder had dit ten onrechte niet gedaan en de motivering van de uitspraken was onvoldoende.
Daarnaast oordeelt het hof dat de waardepeildatum 1 januari 1999 geldt en dat waardebeïnvloedende omstandigheden na die datum maar vóór het belastingjaar in aanmerking moeten worden genomen. Het toekomstig beleid, dat in 2000 werd vastgesteld, valt hieronder en beïnvloedt de waarde.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken en gelast de verweerder opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. De gemeente Arnhem wordt veroordeeld het betaalde griffierecht te vergoeden. Er is geen deskundige taxatie of objectieve waardebepaling overgelegd, waardoor het hof geen waardering kan vaststellen.
Uitkomst: De uitspraken worden vernietigd en de gemeente Arnhem moet opnieuw beslissen met inachtneming van het toekomstig beleid voor woonarken.