ECLI:NL:GHARN:2004:AR8064
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Van Loo
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot invordering van verbeurde dwangsommen verjaart na zes maanden, stuiting en intrekking dwangsombesluit besproken
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de gemeente Deventer nog bevoegd was om verbeurde dwangsommen in te vorderen na het verstrijken van de verjaringstermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 5:35 Awb Pro. De dwangsom was verbeurd op 13 september 2001 en ingevorderd via een dwangbevel van 29 oktober 2001. Het hof bevestigde dat de verjaringstermijn van zes maanden loopt vanaf de dag van verbeuring, maar dat deze termijn geschorst kan worden door wettelijke beletselen zoals het instellen van verzet.
De schorsing door het verzet werd echter opgeheven bij een incidenteel vonnis van 17 juli 2002, waardoor de verjaring weer begon te lopen en uiteindelijk op 11 april 2003 was voltooid. Betalingen door appellant onder executiedwang werden niet aangemerkt als stuiting van de verjaring. De gemeente kon ook niet worden gevolgd in haar standpunt dat proceshandelingen in de verzetprocedure de verjaring zouden stuiten.
Daarnaast behandelde het hof het verweer dat door de intrekking van het dwangsombesluit op 23 december 2002 de grondslag voor invordering was komen te vervallen. Het hof oordeelde dat intrekking van het dwangsombesluit geen terugwerkende kracht heeft en dus geen invloed heeft op de vraag of dwangsommen zijn verbeurd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de verjaring betrof en verklaarde dat de gemeente vanaf 12 april 2003 niet meer gerechtigd is de dwangsommen in te vorderen. De gemeente werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De gemeente is vanaf 12 april 2003 niet meer gerechtigd de dwangsommen in te vorderen wegens verjaring.