ECLI:NL:GHARN:2004:AP1066
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- Van Schie
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangingsvoornemen voor passivering vervangingsreserve per ultimo 1996
Belanghebbende, X Beheer BV, stelde dat per ultimo 1996 bij A BV een vervangingsvoornemen bestond dat de passivering van een vervangingsreserve rechtvaardigde. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat het voornemen tot vervanging was komen te vervallen na verkoop van panden in maart 1996, waarna alleen liquide middelen overbleven.
Het hof stelde vast dat de bewijslast voor het aantonen van een vervangingsvoornemen bij belanghebbende lag. Diverse aangevoerde bewijsstukken, zoals notulen van aandeelhoudersvergaderingen, directiebesluiten en verklaringen van derden, werden onvoldoende geacht om het vervangingsvoornemen aan te tonen. Ook de aankoop van onroerende zaken door belanghebbende zelf en plannen van andere groepsvennootschappen konden niet worden toegerekend aan A BV.
De fiscale eenheid tussen belanghebbende en A BV, aangevraagd eind 1996, werd door het hof geïnterpreteerd als bevestiging dat tot dat moment geen reëel vervangingsvoornemen bestond. Het hof concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat A BV ultimo 1996 nog een vervangingsvoornemen had. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting over 1996 wordt bevestigd.