ECLI:NL:HR:2000:AA8865
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring cassatie tegen uitspraak over vervangingsreserve bij fiscale eenheid
Belanghebbende, een beheerder en exploitant van onroerende zaken, verwierf eind 1993 alle aandelen in D B.V., eigenaar van een hotelpand. Per 1 januari 1994 werd D B.V. fiscaal verenigd met belanghebbende als moedermaatschappij. In 1994 verkocht D B.V. de economische eigendom van het hotelpand aan een derde en vormde een vervangingsreserve op basis van de boekwinst.
Begin 1995 werd de fiscale eenheid verbroken door de verkoop van aandelen D B.V. aan een derde. De Inspecteur voegde de vervangingsreserve toe aan de belastbare winst bij de aanslag vennootschapsbelasting. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat de moedermaatschappij geacht moest worden zelf het pand te hebben vervreemd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de twaalfde standaardvoorwaarde voor de fiscale eenheid niet van toepassing was, verwijzend naar een eerder arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat deze voorwaarde juist inhoudt dat de gevolgen van de fiscale eenheid moeten worden weggedacht, waardoor de moedermaatschappij als verkoper wordt beschouwd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Hof.