ECLI:NL:HR:2005:AU4737
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangingsvoornemen en handhaving vervangingsreserve binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, rechtsopvolgster van X B.V., kreeg voor 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat voor het behoud van de vervangingsreserve binnen de fiscale eenheid het vervangingsvoornemen bij de dochtermaatschappij H B.V. ultimo 1996 aanwezig moest zijn.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de twaalfde standaardvoorwaarde niet van toepassing was omdat H B.V. de vervangingsreserve al vóór de fiscale eenheid had gevormd en er geen verschuiving binnen de fiscale eenheid plaatsvond. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de standaardvoorwaarde ook geldt voor vooraf gevormde reserves en vereist dat het vervangingsvoornemen ultimo 1996 aanwezig is.
Verder wees de Hoge Raad het bezwaar af dat het Hof zonder motivering een aanbod tot aanvullend getuigenbewijs had genegeerd, omdat de getuigen ter zitting waren gehoord en het Hof oordeelde dat verdere verhoren niet nodig waren.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de vervangingsreserve dient vrij te vallen wegens ontbreken van vervangingsvoornemen.