ECLI:NL:GHARN:2003:AM2820
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rijken
- Smeeïng-van Hees
- Rinzema
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing exoneratiebeding in domeinnaamregistratie tussen professionele handelaar en SIDN
In deze civiele procedure stond de uitleg en toepassing van het exoneratiebeding in artikel 17 van Pro het SIDN-reglement centraal. Appellant, een professionele domeinnaamhandelaar, vorderde schadevergoeding wegens het niet tijdig informeren over vrijgave van drie domeinnamen, waardoor deze aan derden werden toegekend. Het hof ging ervan uit dat SIDN een fout had gemaakt die aan haar kon worden toegerekend.
Het hof paste de Haviltex-maatstaf toe op de uitleg van het exoneratiebeding en oordeelde dat appellant als professionele partij de bepaling redelijkerwijs zo moest begrijpen dat SIDN alle aansprakelijkheid uitsloot voor schade voortvloeiend uit de uitvoering of wijziging van het reglement. Ook een strikt grammaticale uitleg leidde tot dezelfde conclusie.
Hoewel de fout van SIDN een lichte schuld betrof, en er sprake was van een grote schade in verhouding tot de lage kosten van domeinnaamregistratie, oordeelde het hof dat er geen sprake was van grove onachtzaamheid. De fout ontstond door een beperkte tekstveldgrootte in een mailingprogramma, waardoor enkele domeinnamen niet werden vermeld in een brief aan appellant.
Appellants beroep op onredelijkheid en billijkheid om het exoneratiebeding buiten toepassing te laten, werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de vordering van appellant afwees en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant tot schadevergoeding af wegens geldige toepassing van het exoneratiebeding.