ECLI:NL:GHARN:2003:AM0227
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waterverbruik bij berekening verontreinigingsheffing oppervlaktewateren
Belanghebbende, gebruiker van een sporthal, maakte bezwaar tegen een aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren over 1999, waarbij de vervuilingswaarde werd berekend op basis van het waterverbruik volgens het waterleidingbedrijf. Belanghebbende stelde dat het gebruikte water het geschatte aantal m³ water betrof dat daadwerkelijk op de riolering werd geloosd, en verwees naar het lagere waterverbruik in 1998.
Het geschil betrof de uitleg van 'gebruikt water' in de toepasselijke tabel afvalwatercoëfficiënten. De Ambtenaar hanteerde het aantal m³ water afgenomen van het waterleidingbedrijf, terwijl belanghebbende een lagere hoeveelheid water als uitgangspunt wilde nemen wegens een lekkage in 1999.
Het Hof oordeelde dat de forfaitaire regeling van de tabel primair uitgaat van het waterverbruik volgens het waterleidingbedrijf en dat een uitzondering alleen mogelijk is bij een incidentele, aantoonbare oorzaak waardoor het water niet op de riolering is geloosd. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken hoeveel water door lekkage was weggelekt, noch leverde zij nadere gegevens of een onderbouwde schatting.
Daarmee was niet voldaan aan de bewijslast en werd het beroep ongegrond verklaard. Het Hof bevestigde de aanslag en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag verontreinigingsheffing op basis van het waterverbruik volgens het waterleidingbedrijf en wijst het beroep af wegens onvoldoende bewijs van lekkage.