ECLI:NL:GHARN:2003:AL1994
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Van Wijland-Kalkman
- Smeeïng-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Verplichting Stichting tot afdracht pensioen aan Ontvanger ter betaling belastingschuld
In deze zaak staat centraal of de Stichting gehouden is om het pensioen dat zij aan [R. v. N.] verschuldigd is, inclusief toekomstige uitkeringen, af te dragen aan de Ontvanger ter betaling van diens belastingschuld. De Ontvanger had op grond van artikel 19 Invorderingswet Pro 1990 een vordering ingesteld en een executoriaal derdenbeslag gelegd op de Stichting.
De rechtbank had geoordeeld dat de Stichting niet als houder van penningen kon worden aangemerkt en dat het beslag slechts betrekking had op de op dat moment onder de Stichting aanwezige uitkering, niet op toekomstige uitkeringen. Het hof is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat de Stichting geen houder van penningen is en stelt dat de Stichting wel degelijk als zodanig kan worden beschouwd, omdat zij een vordering op de Bundesknappschaft heeft die maandelijks wordt verrekend.
Echter, het hof volgt de rechtbank in haar oordeel dat het beslag slechts ziet op bestaande vorderingen en niet op toekomstige uitkeringen. De Stichting is daarom slechts gehouden tot afdracht van één maandelijkse uitkering. De vordering van de Ontvanger wordt dan ook beperkt toegewezen. De proceskosten van het hoger beroep worden aan de Ontvanger opgelegd.
Uitkomst: De Stichting is gehouden één maandelijkse pensioenuitkering af te dragen aan de Ontvanger ter betaling van de belastingschuld.