ECLI:NL:GHARN:2002:AF3197
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens overschrijding vrijstelling en ontbreken vergunning
Belanghebbende, een besloten vennootschap, onttrok tussen 2 september en 22 december 1999 291.670 kubieke meter grondwater voor het drooghouden van een bouwput. Zij had ingeschat minder grondwater te onttrekken en beschikte niet over een vergunning ingevolge de Grondwaterwet. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag grondwaterbelasting op, die belanghebbende betwistte.
Belanghebbende voerde aan dat de onttrekking langer duurde dan gepland, dat bijzondere omstandigheden een vrijstelling rechtvaardigen, dat sprake was van retourbemaling met toepassing van een nihiltarief en dat het water slechts werd omgeleid zonder schadelijke stoffen toe te voegen. Het Hof oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was omdat de onttrekking de maximale hoeveelheid per maand overschreed en de duur langer was dan vier maanden. Ook was geen vergunning verleend voor retourbemaling, waardoor het nihiltarief niet kon worden toegepast.
Het Hof stelde vast dat het onttrokken grondwater niet in een gesloten systeem werd teruggevoerd, maar in een open sloot, waardoor niet voldaan werd aan de voorwaarden voor retourbemaling. De milieuschade was niet relevant voor de heffing; het belastbare feit was de onttrekking zelf. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag grondwaterbelasting en verklaart het beroep ongegrond.