ECLI:NL:GHARN:2002:AF1841
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P.M. Haas
- Van Amsterdam
- Monsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van boetebeschikking wegens te late aangifte vennootschapsbelasting 1999
Belanghebbende heeft de aangifte vennootschapsbelasting over 1999 niet binnen de gestelde termijn gedaan, waardoor de inspecteur een verzuimboete van f. 1.750 oplegde. Ook voor de jaren 1994, 1995 en 1996 zijn de aangiften niet tijdig ingediend. Belanghebbende betwist de boete primair op grond van schending van artikel 14, vijfde lid, IVBPR en subsidiair wegens wanverhouding tussen boete en feit.
Het hof oordeelt dat de procedure bij het hof voldoet aan de eisen van het IVBPR en dat belanghebbende de mogelijkheid heeft om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, die de toetsing uitvoert op juridische gronden. Het hof ziet geen reden om de boete wegens strijd met het IVBPR te vernietigen.
Verder is het hof van oordeel dat gezien de ernst van het feit en het niet tijdig indienen van meerdere aangiften, de opgelegde boete niet disproportioneel is. De boete wordt daarom gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van f. 1.750 wegens te late aangifte vennootschapsbelasting 1999.