ECLI:NL:GHARN:2001:AB3181
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rijken
- Van Ginkel
- Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente en provincie wegens onverbindende uitwerkingsbepaling in bestemmingsplan
In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding van de gemeente Beuningen en de provincie Gelderland wegens het niet kunnen realiseren van champignonkwekerijen door het niet uitwerken van een bestemmingsplan. De kern van het geschil betreft de uitwerkingsbepaling in het bestemmingsplan “Buitengebied Ewijk” uit 1974, die door de bestuursrechter onverbindend is verklaard wegens strijd met artikel 11 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
Appellant stelt dat de gemeente en provincie onrechtmatig hebben gehandeld door het opnemen en goedkeuren van deze uitwerkingsbepaling en het weigeren van het verzoek tot nadere uitwerking. Het hof overweegt dat hoewel de uitwerkingsbepaling onverbindend is, de gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld door het verzoek af te wijzen, omdat het besluit van B&W rechtsgeldig was gegeven. De formele rechtskracht van het bestemmingsplan en het goedkeuringsbesluit wordt besproken, waarbij het hof oordeelt dat deze leer niet onverkort van toepassing is op bestemmingsplannen vanwege hun algemene en herhaalde werking.
Het hof gaat uitgebreid in op de juridische aspecten van onrechtmatigheid, formele rechtskracht, relativiteit en causaliteit. Het oordeelt dat de enkele opname van een onverbindende regeling in het bestemmingsplan in beginsel onrechtmatig is, maar dat dit niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid. De gemeente en provincie betwisten het oorzakelijk verband tussen de onverbindendverklaring en de schade, onder meer vanwege gewijzigde planologische inzichten en voorbereidingsbescherming. Het hof houdt de zaak aan voor nadere inlichtingen en bewijslevering over deze aspecten.
Ten slotte wijst het hof de overige beslissingen aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere stukken en reacties. Het arrest is gewezen door de kamer van het gerechtshof Arnhem op 26 juni 2001.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en houdt de zaak aan voor nadere bewijslevering.