Uitspraak
[verzoeker]
[verweerster]
1.Het verloop van het geding
2.De beoordeling
3.De beslissing
31 maart 2026een verweerschrift indient in de hoofdzaak;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak verzocht de District Court Florida via het Haags Bewijsverdrag 1970 om een getuigenverhoor met speciale vormen en overlegging van documenten van verzoeker. De rechtbank Noord-Nederland gaf daartoe een beschikking, waartegen verzoeker hoger beroep instelde en tevens schorsing van de tenuitvoerlegging vroeg.
Het hof oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in hoger beroep voor zover het gaat om het bevel tot het houden van het getuigenverhoor met speciale vormen, omdat het verdrag en de uitvoeringswet geen rechtsmiddelen voor getuigen tegen dergelijke beslissingen bieden. De beoordeling van het verschoningsrecht van verzoeker als getuige behoort aan de rechter-commissaris die het verhoor afneemt.
Ten aanzien van het bevel tot overlegging van documenten acht het hof het niet ondenkbaar dat verzoeker een verschoningsrecht toekomt. Gezien zijn kwetsbare positie en mogelijke repercussies in zijn thuisland, weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerster bij directe afgifte. Daarom wordt de tenuitvoerlegging van dat deel van de beschikking geschorst.
Het hof bepaalt dat de kostenbeslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak en stelt een termijn voor het indienen van een verweerschrift door verweerster. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het bevel tot speciale vormen van getuigenverhoor; tenuitvoerlegging van het bevel tot overlegging van documenten wordt geschorst.