ECLI:NL:GHARL:2026:603

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
200.362.278
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 354 lid 1 FwArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkte verlenging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens deels toerekenbare tekortkoming

De rechtbank Gelderland had de wsnp-termijn van appellant verlengd met twee jaar vanwege niet-nakoming van afdrachtplicht en het ontstaan van nieuwe schulden. Appellant ging in hoger beroep en verzocht om een kortere verlenging van maximaal drie maanden.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat de tekortkoming in de afdrachtplicht deels aan appellant kan worden toegerekend, maar niet voor zover deze voortvloeit uit de Duitse schuldsaneringsregeling. De Duitse regeling was al van toepassing bij toelating tot de wsnp en leidde niet tot verlenging of beëindiging van de wsnp.

Appellant heeft een boedelachterstand van €657 die hij moet inlopen, waarvoor de wsnp met maximaal negen maanden wordt verlengd. De nieuwe schuld van €212,40 is inmiddels voldaan en leidt niet tot gevolgen. Appellant moet tijdens de verlenging voldoen aan zijn informatieplicht en mag geen nieuwe bovenmatige schulden maken.

Het hof acht de verlenging proportioneel en houdt rekening met de complexiteit van de situatie en de leeftijd van appellant. De verlenging loopt tot uiterlijk 1 augustus 2026 of totdat de achterstand is ingelopen.

Uitkomst: De wsnp-termijn wordt verlengd met maximaal negen maanden om de boedelachterstand in te lopen, waarbij een schuld uit de Duitse schuldsaneringsregeling buiten beschouwing blijft.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.362.278
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen [nummer]
arrest van 3 februari 2026
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam]
hierna: [appellant]
advocaat: mr. J.M. van der Linden

1.De procedure bij de rechtbank

1.1.
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) heeft in het vonnis van 1 mei 2024 ten aanzien van [appellant] de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp) uitgesproken. Daarbij is [naam1] tot bewindvoerder benoemd (hierna: de bewindvoerder).
1.2.
De rechtbank heeft in het vonnis van 28 november 2025 de termijn gedurende welke de wsnp op [appellant] van toepassing is verlengd met twee jaar, tot 1 november 2027. Het hof verwijst naar dat vonnis.
2. De procedure bij het hof
2.1.
In het op 5 december 2025 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 28 november 2025. [appellant] verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en te beslissen dat de wsnp wordt verlengd met maximaal drie maanden.
2.2.
Het hof heeft kennisgenomen van:
- het beroepschrift;
- het bericht van 14 januari 2026 namens [appellant] ;
- het bericht van 15 januari 2026 namens [appellant] ;
- het bericht van 16 januari 2026 namens de bewindvoerder.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026, waarbij [appellant] is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Linden. Verder is de bewindvoerder verschenen.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

De beslissing van het hof
3.1.
Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen en beslissen dat de termijn gedurende welke de wsnp van toepassing is, wordt verlengd met maximaal negen maanden.
Het oordeel van de rechtbank
3.2.
Volgens de rechtbank heeft [appellant] gedurende de gehele looptijd van de wsnp niet voldaan aan de ‘spontane’ informatieplicht. Daarnaast heeft [appellant] een boedelachterstand van € 5.428,18 laten ontstaan. Die moet hij alsnog afdragen. [appellant] heeft tot slot een nieuwe schuld laten ontstaan die hij nog moet voldoen. De rechtbank heeft de duur van de wsnp daarom verlengd met twee jaar.
Het juridisch kader
3.3.
Op grond van artikel 354 lid 1 Fw Pro moet aan het einde van de looptijd van de wsnp worden beoordeeld of [appellant] in de nakoming van een of meer uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, als dat zo is, of de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend. Alleen als sprake is van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter aan het einde van de looptijd besluiten tot verlenging van de wsnp. [1] Daarnaast kan de rechter in dat geval besluiten tot beëindiging van de wsnp zonder toekenning van de schone lei.
Is [appellant] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de afdrachtplicht?
3.4.
[appellant] is op 10 oktober 2019 toegelaten tot een Duitse schuldsaneringsregeling (een Verbrauchersinsolvenzverfahren). Hij had in dat kader een aflossingsverplichting van € 236,15 per maand. De rechter-commissaris heeft op 31 mei 2024 ingestemd met het voorstel van de bewindvoerder dat zolang de Duitse schuldsaneringsregeling loopt [appellant] maandelijks slechts een beperkt bedrag aan de wsnp-boedel hoeft af te dragen, waarbij voor het restant een boedelachterstand zou ontstaan. Die achterstand zou dan na afloop van de Duitse schuldsaneringsregeling moeten worden ingelopen. De Duitse schuldsaneringsregeling is geëindigd per 10 oktober 2025 met een schone lei, na afloop van de reguliere termijn van zes jaar.
3.5.
Het staat vast dat [appellant] niet volledig aan zijn afdrachtplicht heeft voldaan. Ter beoordeling ligt voor of die tekortkoming aan [appellant] kan worden toegerekend.
3.6.
Rekening houdend met de afdrachtverplichting in de Duitse schuldsaneringsregeling resteerde er maandelijks nog altijd een bedrag boven het vrij te laten bedrag voor de aflossing in de wsnp. [appellant] heeft dat bedrag niet volledig afgedragen. Ten tijde van de behandeling bij de rechtbank stond in dat kader nog een bedrag van € 1.157 open. Inmiddels heeft [appellant] daarvan € 500 afgelost, zodat nog een bedrag van € 657 resteert. Volgens [appellant] was het voor hem niet duidelijk welke bedragen hij in de wsnp moest afdragen, maar de bewindvoerder heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij [appellant] periodiek op de hoogte heeft gebracht van zijn afdrachtverplichting. Het niet nakomen van deze reguliere afdrachtverplichting kan [appellant] worden toegerekend. Hij zal de gelegenheid krijgen de achterstand van € 657 in te lopen tijdens een verlenging van de termijn van de wsnp.
3.7.
Volgens de bewindvoerder moet [appellant] daarnaast nog een bedrag van € 4.250,70 afdragen. [appellant] heeft maandelijks € 236,15 moeten afdragen in de Duitse schuldsaneringsregeling, zodat dat bedrag niet aan de wsnp-boedel kon worden afgedragen. De rechter-commissaris heeft kort na aanvang van de wsnp besloten dat [appellant] de achterstand die daardoor ontstaat achteraf moet inlopen en de rechtbank heeft daar in het vonnis van 28 november 2025 ook toe beslist. Het hof ziet dat echter anders. Ten tijde van de beoordeling van het verzoek tot toelating tot de wsnp was de Duitse schuldsaneringsregeling al op [appellant] van toepassing. De bewindvoerder verklaarde op de mondelinge behandeling dat bij het verzoek tot toelating stukken waren gevoegd waaruit dat volgde, zodat de rechtbank daarvan op de hoogte was of had kunnen zijn. [appellant] is toegelaten tot de wsnp (blijkens het vonnis van 1 mei 2024 als hoofdinsolventieprocedure in de zin van artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures) ondanks het feit dat hij in een Duitse schuldsaneringsregeling zat. Op dat moment is (de afdrachtverplichting in) de Duitse procedure geen reden geweest voor een beslissing tot verlenging van de looptijd en ook later was dat geen reden voor een tussentijdse beëindiging, bijvoorbeeld omdat [appellant] niet in staat was aan zijn uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
3.8.
Waar het Duitse schuldsaneringstraject mogelijk een rol had kunnen spelen in de fase van toelating tot de wsnp of eventuele tussentijdse beëindiging of verlenging, is dat nu niet langer het geval. In dit stadium van de procedure (aan het einde van de looptijd) kan alleen tot een verlenging van de looptijd (of beëindiging zonder toekenning van de schone lei) worden besloten voor zover sprake is van een
toerekenbaretekortkoming. Dat [appellant] niet in staat was het bedrag dat hij verschuldigd was in de Duitse schuldsaneringsregeling af te dragen aan de wsnp-boedel kan hem niet worden toegerekend, zoals de rechtbank ook terecht heeft geoordeeld. Dat bedrag van € 4.250,70 hoeft hij daarom niet alsnog af te dragen en moet buiten beschouwing blijven bij de vaststelling van de verlenging van de termijn van de wsnp op dit moment.
De informatieplicht en de nieuwe schuld
3.9.
De bewindvoerder heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij niet goed geïnformeerd werd over het verloop van het Duitse schuldsaneringstraject, maar dat hij in het kader van de informatieverplichting geen concrete informatie mist. Hoewel op [appellant] een actieve informatieplicht rust en van hem verlangd mag worden dat hij de bewindvoerder adequaat en volledig informeert, ziet het hof in dit geval geen aanleiding om gevolgen te verbinden aan een eventuele tekortkoming in de nakoming van die informatieverplichting. Uiteindelijk heeft de bewindvoerder de benodigde informatie ontvangen en gelet op de hoge leeftijd van [appellant] in combinatie met de complexiteit van de Duitse schuldsaneringsregeling, laat het hof buiten beschouwing dat sommige informatie vertraagd is aangeleverd. Aan het verwijt dat [appellant] een nieuwe schuld van € 212,40 heeft laten ontstaan, verbindt het hof ook geen gevolgen. Op de mondelinge behandeling heeft [appellant] een afschrift van zijn bankrekening getoond op basis waarvan het hof heeft kunnen vaststellen dat die schuld inmiddels is voldaan. De bewindvoerder heeft dat verwijt daarom op de mondelinge behandeling ook ingetrokken.
De verlenging van de termijn van de wsnp
3.10.
[appellant] krijgt de gelegenheid om de boedelachterstand van € 657 in te lopen. Hij heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij in staat is maandelijks € 200 van dat bedrag af te lossen. De looptijd van de wsnp zal daarom worden verlengd met negen maanden vanaf het einde van de reguliere looptijd van de wsnp (1 november 2025), dus tot uiterlijk 1 augustus 2026, of zoveel minder als nodig is om de boedelachterstand van in totaal € 657 in te lopen. [appellant] moet maandelijks minimaal € 200 aan de boedel afdragen, waarop het salaris en de kosten van de bewindvoerder in mindering worden gebracht terwijl het restant wordt aangewend om de boedelachterstand in te lopen. Gedurende de verlengde looptijd van de wsnp moet [appellant] , naast betaling van het bewindvoerderssalaris, ook blijven voldoen aan zijn informatieverplichting en de verplichting om geen nieuwe (bovenmatige) schulden te laten ontstaan.
Conclusie
3.11.
Het hoger beroep slaagt deels. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en het hof zal beslissen zoals hierna is vermeld.

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 28 november 2025 en beslist als volgt:
4.2.
bepaalt dat de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] wordt voortgezet;
4.3.
verlengt de looptijd van deze regeling tot uiterlijk 1 augustus 2026 of zoveel eerder als de achterstand in boedelafdracht van € 657 zal zijn ingelopen;
4.4.
bepaalt dat [appellant] tijdens de verlengde looptijd van zijn schuldsaneringsregeling het bewindvoerderssalaris moet blijven voldoen en daarnaast zijn informatieverplichting en de verplichting om geen nieuwe (bovenmatige) schulden te laten ontstaan moet nakomen.
Dit arrest is gewezen door mrs. N.M. Brouwer, G.P. Oosterhoff en M.P.M. Hennekens en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.

Voetnoten

1.HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1203.