In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 3 februari 2026 het eindarrest gewezen in een hoger beroep betreffende stallingskosten van vee en de waardebepaling van afgevoerde koeien volgens Duits recht.
Het geschil betreft een verzoek van de appellanten, vertegenwoordigd door mr. P. Stehouwer, tegen de geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. T. Teke. Het hof heeft eerder tussenarresten gewezen op 9 januari 2024 en 3 juni 2025. Na benoeming van een deskundige is diens rapport ontvangen, waarop het hof het eindarrest baseert.
Een verzoek van de appellanten om alsnog verlof te verkrijgen voor cassatie tegen het tussenarrest van 9 januari 2024 is door het hof afgewezen, mede omdat de deskundige inmiddels zijn rapport had ingediend en het eindarrest op korte termijn kon worden gewezen.
De uitspraak betreft de beoordeling van stallingskosten en waardebepaling van vee volgens het toepasselijke Duitse recht, waarbij het hof de deskundigenrapportage heeft betrokken in zijn oordeel.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de rechters J.H. Kuiper, W.F. Boele en J. Smit, in aanwezigheid van de griffier.