Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
- de brief van de curator van 17 maart 2026;
- het verweerschrift van Samenbinding B.V. van 19 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Ogim B.V. werd door de rechtbank Midden-Nederland failliet verklaard op 17 februari 2026 na een verzoek van Samenbinding B.V. Direct na de mondelinge behandeling diende Ogim B.V. een wrakingsverzoek in, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het verzoek te laat was ingediend vlak voor de einduitspraak.
In hoger beroep stelde Ogim B.V. dat de rechtbank ten onrechte de behandeling van het wrakingsverzoek niet had geschorst en dat de faillietverklaring in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, onder meer omdat de rechter niet over het volledige dossier beschikte en een WHOA-startverklaring niet was meegenomen. Het hof oordeelde dat de procedure aan de eisen van artikel 6 EVRM Pro voldeed, mede omdat het gebruikelijk is dat steunvorderingen pas tijdens de behandeling kenbaar worden gemaakt.
Verder stelde Ogim B.V. dat zij de schulden zou voldoen en dat er geen pluraliteit van schuldeisers meer zou zijn. Het hof stelde vast dat er nog meerdere schuldeisers zijn, waaronder preferente en concurrente schuldeisers, en dat Ogim B.V. meerdere schulden onbetaald liet en niet aannemelijk maakte over voldoende middelen te beschikken.
Het beroep op misbruik van faillissementsaanvraag werd niet onderbouwd. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 17 februari 2026.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en wijst het wrakingsverzoek af wegens niet-ontvankelijkheid en geen strijd met artikel 6 EVRM.