Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[schuldenaar]
Woningfonds
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
3.De relevante feiten
4.Het oordeel van het hof
. [1]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De schuldenaar, onder beschermingsbewind geplaatst en met een schuldenlast van bijna €30.000, verzocht de rechtbank om Woningfonds te bevelen in te stemmen met een schuldenregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat Woningfonds al akkoord was met een minnelijke regeling. De schuldenaar ging in hoger beroep en vroeg tevens om te bepalen dat Woningfonds geen gebruik mocht maken van de ontruimingstitel.
Het hof oordeelde dat het indienen van een verzoek tot dwangakkoord niet tot de taak van de beschermingsbewindvoerder behoort, maar dat de schuldenaar zelf ontvankelijk is in het hoger beroep. De vermeerdering van eis werd ingetrokken vanwege afspraken in een executiekortgeding tussen partijen.
Het hof benadrukte dat de dwangakkoordprocedure alleen ziet op de weigering van een financieel schuldakkoord en niet op geschillen over ontruiming, waarvoor andere procedures bestaan. Omdat Woningfonds akkoord was met de schuldregeling en er afspraken waren gemaakt over ontruiming, had de schuldenaar geen belang meer bij het verzoek. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.