Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 6 mei 2025
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- nadere stukken van [appellante] van 18 maart 2026 (wachtwoord voor de USB-stick)
- nadere stukken van [appellante] van 26 maart 2026 (producties 8 t/m 10)
- nadere stukken van [appellante] van 9 april 2026 (producties 11 t/m 13)
- nadere stukken van [appellante] van 13 april 2026 (producties 14)
- nadere stukken van [geïntimeerde] van 15 april 2026 (producties 5 en 6)
- nadere stukken van [geïntimeerde] van 15 april 2026 (productie 007).
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
Wij geven er daarom de voorkeur aan, de termijn gedurende welke de koper het verhuurde goed niet in gebruik kan nemen, de vorm te geven vaneen termijn gedurende welke geen opzegging met het oog op eigen gebruik kan worden gedaan.” [onderstreping hof]. Die tekst laat naar het oordeel van het hof geen ruimte voor de uitleg die [appellante] voorstaat. In het betoog van [appellante] dat zij te goeder trouw heeft gehandeld door [geïntimeerde] juist een ruime termijn te geven om nieuwe woonruimte te vinden en [geïntimeerde] hierdoor niet in een slechtere positie is komen te verkeren, ziet het hof onvoldoende aanknopingspunten voor een andere lezing.
[geïntimeerde] heeft dit gemotiveerd betwist. Hij heeft er onder meer op gewezen dat de moeder van [appellante] een woning bezit in [plaats] , en dat [appellante] daar zelf woont. Daarbij komt volgens [geïntimeerde] dat er geen hypotheekrecht is gevestigd ten aanzien van de woning. [geïntimeerde] heeft kadasterstukken overgelegd die deze beide stellingen onderbouwen.