Uitspraak
[appellante]
[geïntimeerde]
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De verdere beoordeling door het hof
‘ [appellante] blijft in de woning wonen. Huur regelen ze zelf. Dus niet “leeg en ontruimd”.’Die notitie weerspreekt wat [naam1] in zijn schriftelijke verklaringen als versie van de gebeurtenissen geeft. De inhoud van de koopovereenkomst en de akte van levering past wel bij die notitie en niet bij de lezing van [naam1] . In zijn verklaringen wordt ook niet ingegaan op het feit dat in de koopovereenkomst en in de leveringsakte geen bepaling staat over een levenslang, niet opzegbaar gebruik van [appellante] . Verder geldt dat [naam1] niet onder ede als getuige is gehoord en dat geen concrete aanknopingspunten zijn aangereikt voor de conclusie dat de woning in 2004 tegen een lagere prijs is verkocht dan de woning waard zou zijn, zoals hij verklaart. Een en ander betekent dat het hof aan zijn verklaringen niet het gewicht toekent dat [appellante] eraan wil toekennen.
3.De beslissing
- € 349 aan griffierecht
- € 2.580 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (2 procespunten × appeltarief II);
26 mei 2026.