Uitspraak
zaak 1)
zaak 2)
1.1. De maatschap [appellant1]
2. [appellant2] (mr. [appellant2] )
hierna gezamenlijk:
[appellanten]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep in zaak 1 en zaak 2
9 oktober 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt in
zaak 1uit:
zaak 2blijkt uit:
2.De kern van beide zaken
3.De feiten
10. De kunst (met een boekwaarde van € 309.049,71) die in de onroerende zaken gelegen aan de [adres1] te [plaats] en de [adres2] te [plaats] aanwezig is en in eigendom toebehoort aan de Vennootschap, wordt per 19 januari 2018 eigendom van verkoper. Als bijlage 5 is een taxatierapport van de kunst van 13 juli 2011 aan deze overeenkomst gehecht.
(…)
12. Koper dan wel een andere door haar aan te wijzen juridische entiteit zal vanaf januari
€ 100.000 van [naam3] gevorderd als voorschot op de door [naam3] verschuldigde bedragen. Deze vordering is op 31 januari 2013 door de voorzieningenrechter toegewezen. De vorderingen van [naam1] op grond van borgtocht jegens [geïntimeerde] zijn in dat kort geding afgewezen. [naam3] heeft niet aan het kort geding vonnis voldaan.
4.De vorderingen van [naam1] en de beslissing van de rechtbank
5.De toelichting op de beslissing van het hof
[naam1] heeft de aandelen in [naam2] aan [naam3] overgedragen tegen een koopsom van één euro en de verplichting voor [naam3] om maandelijks een periodieke vergoeding aan [naam1] te betalen zolang [naam4] leeft. Met die betalingen kon [naam1] in haar pensioenverplichtingen jegens [naam4] voorzien.
zolang[naam4]
leeft. Het ligt immers niet voor de hand dat zij tot op hoge leeftijd, zelfs tot aan haar dood, managementwerkzaamheden zou blijven verrichten. Dat lag ook helemaal niet in de rede. [geïntimeerde] heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verklaard dat zijn moeder hem voor de voeten liep en dat hij ‘vrij’ wilde zijn. Dat was de opzet: dat hij de onderneming alleen kon voortzetten. Het staat ook vast dat [naam4] na de overdracht van de aandelen in het geheel geen managementwerkzaamheden meer heeft verricht. Zij heeft verklaard dat haar e-mailaccount onmiddellijk na de overdracht van de aandelen werd afgesloten. [geïntimeerde] heeft dat niet weersproken. Ondanks het feit dat [naam4] geen werkzaamheden verrichte, is door de vennootschappen van [geïntimeerde] geruime tijd wel uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Het hof is dan ook van oordeel dat de periodieke betalingen weldegelijk bedoeld waren om in het pensioen van [naam4] te voorzien.
In beide zakenDe aard van de borgtocht
“…borgtochten die zijn aangegaan door een natuurlijk persoon die noch handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, noch ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan hij bestuurder is en alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid der aandelen heeft.”
zelfbehoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht. [1] Alle omstandigheden van het geval moeten daarbij in aanmerking worden genomen.
In zaak 1[geïntimeerde] komt een beroep op die nietigheid toe
In zaak 2Toerekenbare tekortkoming
[naam1] heeft echter niet gesteld, laat staan toegelicht, dat het handelen van mr. [appellant2] , niet alleen een schending van de contractuele verplichting van [appellanten] oplevert, maar onafhankelijk van de overeenkomst ook een onrechtmatige daad van mr. [appellant2] inhoudt [5] . Daarop stuit dit onderdeel van haar vordering af. [6] Geen verhaal op hoofdschuldenaar [naam3]
Nu [naam1] voor een bedrag van € 100.000 al geen verhaal heeft kunnen vinden, is niet aannemelijk dat zij wel verhaal bij [naam3] zou kunnen vinden voor de veel grotere bedragen die aan haar verschuldigd zijn.
mogelijkheideen andere entiteit aan te wijzen om de periodiek betalingen te doen. Dat betekent echter nog niet dat die andere entiteiten daartoe ook de
verplichtingop zich hebben genomen. Dat aan de vereisten van een schuld- of contractsovername is voldaan, is gesteld noch gebleken. [8] Begroting van de schade waarvoor [appellanten] aansprakelijk is
nietaan de uit de borgstelling voortvloeiende verplichtingen had kunnen voldoen. In het licht van het feit dat in overleg met mr. [appellant2] wel een dergelijke verplichting voor [geïntimeerde] is vastgelegd, had het op de weg van [appellanten] gelegen haar andersluidende standpunt van een deugdelijke toelichting en onderbouwing te voorzien. Dat heeft zij nagelaten. Nu het verweer van [appellanten] niet deugdelijk gemotiveerd is, gaat het hof aan dit verweer van [appellanten] voorbij.
Geen btw
2 september 2024 had kunnen uitspreken over toekomstige termijnen. [11] Voor wat de reeds vervallen termijnen betreft, vordert [naam1] in haar incidenteel beroep wettelijke rente met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin de betreffende termijn opeisbaar is geworden en had moeten zijn voldaan.
SlotsomIn zaak 1
. [12]
In zaak 2
6.De beslissing
€ 2.129 aan griffierecht
€ 13.218 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (2 punten tarief € 6.609);
In zaak 2
[naam4] na 30 april 2025 tot 1 januari 2028 in leven is, voor de toekomst betaalbaar telkens op de laatste dag van de betreffende kalendermaand;
21 april 2026.