Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Vonnis
- in vereniging opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1);
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 2);
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (feit 3).
- de gronden van het vonnis zullen worden aangevuld met een door het hof gebezigd bewijsmiddel;
- enkele gronden van het vonnis zullen worden verbeterd, zoals hieronder uiteengezet;
- het vonnis ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf zal worden vernietigd, waarna het hof een straf zal bepalen.
Aanvulling van gronden
Verbetering van gronden
Oplegging van straf en/of maatregel
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met Reclassering Nederland op het adres [adres1] te [plaats2] , zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk vindt. Verdachte werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken;
- verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;