De heffingsambtenaar van de gemeente Ameland legde aan belanghebbende 14 aanslagen rioolheffing op voor het jaar 2021, waarvan 13 aanslagen betrekking hadden op personeelsverblijven op een camping. Belanghebbende betwistte deze aanslagen en de rechtbank Noord-Nederland vernietigde de 13 aanslagen voor de personeelsverblijven. De heffingsambtenaar stelde hiertegen hoger beroep in.
Het geschil betrof de vraag of de personeelsverblijven samen met het centrumgebouw als één eigendom in de zin van de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing moeten worden aangemerkt. De heffingsambtenaar stelde dat de personeelsverblijven als afzonderlijke eigendommen moesten worden gezien, terwijl belanghebbende stelde dat sprake was van één samenstel.
Het hof oordeelde dat de personeelsverblijven en het centrumgebouw samen worden gebruikt voor één organisatorisch doel, namelijk de exploitatie van de camping. De personeelsverblijven zijn uitsluitend bestemd voor huisvesting van personeel dat werkzaam is op de camping en vormen daarmee een samenhangend geheel met het centrumgebouw. De heffingsambtenaar kon niet aantonen dat de personeelsleden als volgtijdige gebruikers de belastingplichtige waren. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de heffingsambtenaar in de proceskosten.