Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2084

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
200.365.699
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging faillietverklaring Laurens Uitzendbureau wegens niet-betaling en onvoldoende tegenvordering

Laurens Uitzendbureau exploiteerde een uitzendbureau en huurde personeel in bij Neverbetter. Na januari 2025 stopte zij vrijwel alle bedrijfsactiviteiten. Neverbetter stelde Laurens Uitzendbureau in gebreke wegens onbetaalde facturen van €48.609,26 en verzocht om faillietverklaring. De rechtbank verklaarde Laurens Uitzendbureau op 24 februari 2026 failliet.

Laurens Uitzendbureau ging in hoger beroep en betwistte de hoogte van de vordering van Neverbetter, stellende dat zij een schadevergoedingsvordering van minimaal €200.000 had wegens wanprestatie van Neverbetter. Het hof oordeelde dat Laurens Uitzendbureau onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een voor verrekening vatbare tegenvordering had. Er was geen bewijs van ingebrekestelling of onderbouwing van de schade.

Het hof stelde vast dat Laurens Uitzendbureau meerdere schuldeisers had en onvoldoende middelen om salarissen, waaronder die van de curator, te betalen. De activiteiten lagen sinds begin 2025 stil en het vermogen was ontoereikend. Het hof verwierp het beroep op misbruik van faillissementsrecht en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de faillietverklaring van Laurens Uitzendbureau wegens niet-betaling en onvoldoende tegenvordering.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.365.699
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 16/26/88
arrest van 7 april 2026
in de zaak van
Laurens Uitzendbureau (ii) B.V.
die is gevestigd in Oudewater
die hoger beroep heeft ingesteld
hierna: Laurens Uitzendbureau
advocaat: mr. P.J. de Bruin
tegen
Neverbetter Lda
die is gevestigd in Almada (Portugal)
die optreedt als verweerster
en bij de rechtbank optrad als verzoekster
hierna: Neverbetter
advocaat: mr. Z.M. Nasir

1.De procedure bij de rechtbank

1.1.
Bij vonnis van 24 februari 2026 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank) Laurens Uitzendbureau op verzoek van Neverbetter in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator aangesteld mr. B.A.W. Schrijver, advocaat te Utrecht (hierna: de curator). Het hof verwijst naar dat vonnis.

2.De procedure bij het hof

2.1.
Door middel van een op 3 maart 2026 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft Laurens Uitzendbureau hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 24 februari 2026 (hierna: het vonnis). De bedoeling van het hoger beroep van Laurens Uitzendbureau is dat het hof het vonnis vernietigt en Neverbetter veroordeelt in de kosten van de procedure in eerste aanleg, de kosten van de procedure in hoger beroep en de kosten van de curator.
2.2.
Het hof heeft kennisgenomen van:
  • het beroepschrift met productie;
  • het bericht van mr. Nasir van 20 maart 2026 met producties;
  • het aangevulde beroepschrift met producties;
  • het bericht van mr. De Bruin van 23 maart 2026 met producties;
  • het bericht van de curator van 23 maart 2026 met producties;
  • het bericht van mr. De Bruin van 26 maart 2026 met productie;
  • het bericht van mr. De Bruin van 27 maart 2026 met producties;
  • het bericht van mr. De Bruin van 28 maart 2026 met producties.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Hierbij is namens Laurens Uitzendbureau verschenen de heer [de bestuurder] , bijgestaan door mr. De Bruin. Namens Neverbetter is (via Teams verbinding) verschenen mr. Nasir. Verder is de curator verschenen. Bij de mondelinge behandeling heeft de heer [de bestuurder] spreekaantekeningen overgelegd.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

De feiten
3.1.
Laurens Uitzendbureau exploiteerde een uitzendbureau. Haar activiteiten bestonden uit het uitzenden van technisch personeel voor projecten in en buiten Nederland. Vanaf 2024 huurde Laurens Uitzendbureau het benodigde personeel in bij Neverbetter. Na januari 2025 heeft Laurens Uitzendbureau (nagenoeg) geen bedrijfsactiviteiten meer verricht.
3.2.
Op 25 november 2025 heeft Neverbetter Laurens Uitzendbureau in gebreke gesteld in verband met het onbetaald laten van haar facturen over de periode van mei 2024 tot en met januari 2025 voor een totaal bedrag van € 48.609,26.
3.3.
Op 2 januari 2026 heeft Neverbetter een verzoekschrift tot faillietverklaring van Laurens Uitzendbureau ingediend bij de rechtbank. Neverbetter heeft in haar faillissementsverzoek een vordering van PetroMarine aangevoerd als steunvordering. Deze vordering is opgenomen in de administratie van Laurens Uitzendbureau voor een bedrag van € 2.888,50. Neverbetter heeft als steunvordering ook een vordering van Rent a Roof opgevoerd.
3.4.
Op 27 januari 2026 heeft Laurens Uitzendbureau met Rent a Roof gesproken over een betalingsregeling waarbij Laurens Uitzendbureau uiterlijk op 13 februari 2026 een van de voorgestelde regelingen moest accepteren. Op 20 februari 2026 heeft Laurens Uitzendbureau haar keuze voor een aflossing van € 250 per maand kenbaar gemaakt aan Rent a Roof. Op 24 januari 2026 en op 16 maart 2026 heeft de aandeelhouder van Laurens Uitzendbureau (Laurens Groep Beheer B.V.) een bedrag van € 250 betaald aan Rent a Roof. Volgens de opgave van Rent a Roof aan de curator is er geen betalingsregeling getroffen met Laurens Uitzendbureau omdat er niet tijdig een keuze was gemaakt en bedraagt haar restantvordering € 16.888,88 (stand na de (eerste) aflossing van € 250).
3.5.
Naast de in het verzoekschrift vermelde steunvorderingen zijn volgens de opgave van de curator diverse andere schulden opgenomen in de administratie van Laurens Uitzendbureau. Een van deze schulden ziet op een vordering van de belastingdienst van € 3.944 wegens onbetaalde motorrijtuigenbelasting over 2024 en vennootschapsbelasting over 2022.
3.6.
In haar brief van 29 januari 2026 heeft Laurens Uitzendbureau aan Neverbetter laten weten dat zij de vordering van Neverbetter betwist en dat Neverbetter personeel van slechte kwaliteit heeft geleverd. Dit heeft volgens Laurens Uitzendbureau geleid tot problemen bij het uitvoeren van projecten en tot het mislopen van een project. Laurens Uitzendbureau heeft aangegeven dat zij wegens deze wanprestatie en de gevolgen daarvan een claim heeft op Neverbetter van minimaal € 200.000.
3.7.
Op 2 februari 2026 heeft Laurens Uitzendbureau door middel van een lening van Laurens Groep Beheer B.V. een bedrag van € 5.000 betaald aan Neverbetter. Voor het overige blijkt volgens de opgave van de curator uit de administratie en de vermogenspositie van Laurens Uitzendbureau dat meerdere schuldeisers onbetaald zijn gebleven en dat het vermogen onvoldoende is om de vorderingen van de schuldeisers te voldoen.
3.8.
Volgens de opgave van de curator is tot dusver geen zekerheid gesteld voor de voldoening van zijn salaris.
Het oordeel van de rechtbank
3.9.
De rechtbank heeft Laurens Uitzendbureau op 24 februari 2026 in staat van faillissement verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Laurens Uitzendbureau de vordering van Neverbetter erkend en is onvoldoende aannemelijk geworden dat Laurens Uitzendbureau een voor verrekening vatbare vordering heeft op Neverbetter. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat Laurens Uitzendbureau meerdere schuldeisers onbetaald heeft gelaten en dat zij in de toestand verkeerde dat zij was opgehouden te betalen.
Het oordeel van het hof
Het hof is bevoegd
3.10.
Het hof stelt vast dat Laurens Uitzendbureau is gevestigd in Nederland en onbetwist is dat zij het centrum van haar voornaamste belangen had in Nederland zodat de Nederlandse rechter, in dit geval het hof, bevoegd is deze zaak te beoordelen.
Juridisch kader
3.11.
Een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een op het moment van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en van het (op het moment van het arrest van het hof) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het zogenoemde pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
Vordering Neverbetter op Laurens Uitzendbureau
3.12.
Het hof stelt vast dat Laurens Uitzendbureau erkent dat zij ten tijde van de faillietverklaring door de rechtbank een bedrag was verschuldigd aan Neverbetter. Laurens Uitzendbureau is het alleen niet eens met de hoogte van het door Neverbetter gevorderde bedrag. Volgens Laurens Uitzendbureau heeft Neverbetter ten onrechte bepaalde kosten in rekening gebracht en bedroeg de vordering van Neverbetter geen € 48.609,26 maar € 10.929,79 waarop zij inmiddels al een bedrag van € 5.000 heeft betaald.
Geen verrekening met vordering Laurens Uitzendbureau op Neverbetter
3.13.
Laurens Uitzendbureau voert aan dat zij wegens wanprestatie van Neverbetter een voor verrekening vatbare schadevergoedingsvordering had op Neverbetter van tenminste € 200.000. De volledige vordering van Neverbetter is teniet gegaan door verrekening met deze schadevergoedingsvordering zodat Neverbetter ten tijde van de faillietverklaring door de rechtbank geen vordering (meer) had op Laurens Uitzendbureau, aldus Laurens Uitzendbureau.
3.14.
Het beroep op verrekening kan alleen slagen als voldoende aannemelijk is dat Laurens Uitzendbureau op het moment van de faillietverklaring een voor verrekening vatbare tegenvordering had op Neverbetter. [1] Hieraan is naar het oordeel van het hof niet voldaan. Uit geen van de door Laurens Uitzendbureau overgelegde stukken blijkt dat zij Neverbetter in gebreke heeft gesteld voor de tekortkomingen bij het beschikbaar stellen van (voldoende en gekwalificeerd) personeel. Ook heeft Laurens Uitzendbureau geen stukken overgelegd waarmee zij de omvang van de door haar geleden schade onderbouwt. Het enkel overleggen van de stukken waaruit blijkt dat er problemen waren met het beschikbaar stellen van (voldoende en gekwalificeerd) personeel door Neverbetter is daarvoor ontoereikend. Datzelfde geldt voor de overgelegde berekening van de maximaal misgelopen marge bij de projecten in Brest en Amsterdam als onderbouwing voor de omvang van de door Laurens Uitzendbureau geleden schade. Nu niet voldoende is gebleken van een voor verrekening vatbare tegenvordering staat vast dat Neverbetter op het moment van de faillietverklaring door de rechtbank een (opeisbaar) vorderingsrecht had op Laurens Uitzendbureau.
Het pluraliteitsvereiste
3.15.
Het hof stelt vast dat Laurens Uitzendbureau meerdere schuldeisers heeft naast Neverbetter. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is gebleken dat Laurens Uitzendbureau geen middelen heeft om het salaris van de curator van op dit moment € 16.500 te voldoen. Daarnaast is de vordering van PetroMarine van onderliggende facturen voorzien en verwerkt in de administratie van Laurens Uitzendbureau. De omstandigheid dat PetroMarine is gelieerd aan Neverbetter en het feit dat de vordering volgens Laurens Uitzendbureau verband houdt met de wanprestatie van Neverbetter geven geen aanleiding deze steunvordering buiten beschouwing te laten. Ook de hiervoor genoemde vorderingen van Rent a Roof en de belastingdienst zijn steunvorderingen. Dit betekent dat aan het pluraliteitsvereiste is voldaan.
De toestand van te hebben opgehouden te betalen
3.16.
Laurens Uitzendbureau heeft de betaling van € 5.000 die zij op 2 februari 2026 aan Neverbetter heeft voldaan, gefinancierd vanuit een lening van Laurens Groep Beheer B.V. Zij beschikt verder niet over enig (noemenswaardig) actief. Sinds begin 2025 liggen de activiteiten van Laurens Uitzendbureau stil. Uit het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien volgt dat Laurens Uitzendbureau in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
Misbruik van bevoegdheid
3.17.
Laurens Uitzendbureau heeft haar beroep op misbruik van faillissementsrecht niet nader onderbouwd, zodat het hof aan dit beroep voorbijgaat.
Conclusie
3.18.
Het hoger beroep slaagt niet. Het hof zal beslissen zoals hierna is vermeld.

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 24 februari 2026.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.M.I. De Waele, G.P. Oosterhoff en H. Wammes en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2026.

Voetnoten

1.HR 30 augustus 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0326