Uitspraak
[appellante],
1.[geïntimeerde] , als huisarts handelend onder de naam
[geïntimeerde],
Meander,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
[in] 2023.
zat ik er ook regelmatig bij en werden samen met haar ouders gezellige gesprekken gevoerd. Haar beide ouders kwamen helder over en haar moeder gaf logische antwoorden als ik haar iets vroeg. Haar vader was zwijgzaam maar het leek alsof hij de gesprekken wel kon volgen en keek alsof hij wel dingen begreep. In de jaren daarop (2020 en 2021) heb ik beiden duidelijk achteruit zien gaan. Ik merkte dat [appellante] moeder moeilijker bewoog, op een gegeven moment had ze een rollator nodig. Ook geestelijk ging ze erg achteruit. Ik kon geen gesprek meer met haar voeren, als ik iets vroeg gaf ze een antwoord dat er niks mee te maken had. Het was meer een onsamenhangend gebrabbel. Bij een bezoek in jan 2022 in hun nieuwe huis aan de [adres] te [woonplaats2] liep ze doelloos rond en te brabbelen in zichzelf. Het leek alsof ze niets meer snapte wat in haar omgeving gebeurde. [appellante] vader zag er een stuk slechter uit, hij leek erg afgetakeld. Ook hij kwam in mijn ogen verward over alsof hij niet door had wat er in zijn omgeving gebeurde.’
, geklust aan het huis aan de [adres] . Na de koop van de woning viel het mij op dat opa vaak in de war was; hij was constant de weg in het huis kwijt. Vaak vroeg hij aan mij waar zijn werkkamer was, waar hij sliep, enzovoort. Om het hem makkelijker te maken, heeft mijn moeder post-its met aanduidingen op de deuren gehangen. Ook zag ik dat oma steeds moeilijker uit haar woorden kwam en vaak angstig was. Ze raakte in paniek en begon dan te huilen. Ze stopte vaak halverwege haar zin en wist niet meer waar ze het over had. Dan zei ze: "Laat maar ... " Oma versprak zich vaak. Ze gebruikte een woord terwijl ze eigenlijk iets anders bedoelde.In februari- mei 2023 ben ik een paar keer bij opa en oma op visite geweest. Ze spraken allebei altijd liefdevol over mijn moeder. Oma wilde heel graag dat het weer goed zou komen tussen (…)[de zus, broer en [appellante] , toevoeging hof].
Ze had een hekel aan ruzie en begreep nog steeds niet wat er precies was gebeurd. Ook opa vroeg altijd hoe het met mijn moeder ging. Ze zeiden dat ze graag contact met mijn moeder wilden, maar dat ze niet zo goed wisten hoe ze dat moesten doen.’
. [9]
De beslissing