Uitspraak
1.1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.2. Waar gaat deze zaak over
3.Het oordeel van het hof
aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en dat de werknemer binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan verrichten.” De kantonrechter diende op dat punt zelfstandig te toetsen aan dezelfde criteria als het UWV, maar naar de stand van zaken ten tijde van haar beslissing (‘ex nunc’, dus op basis van feiten en omstandigheden die zich vóór de ontbindingsbeschikking hebben voorgedaan). Het hof beoordeelt de ontbindingsbeslissing van de kantonrechter op zijn beurt ‘ex tunc’ (dat wil zeggen eveneens op basis van feiten en omstandigheden die zich vóór de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter hebben voorgedaan).
De cliënt beschikt niet over benutbare mogelijkheden. Hij is opgenomen in een ziekenhuis of erkende zorginstelling.” en
De medische situatie zal naar verwachting op lange termijn in belangrijke mate verbeteren. De functionele mogelijkheden zullen op lange termijn in belangrijke mate toenemen. Er is een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden komende jaar of daarop volgende jaar.”
komend jaar of daarop volgende jaar, lange termijn) opgenomen onder het kopje “prognose”, is het enkele feit dat de verzekeringsarts onder het kopje “planning” heeft geadviseerd om over 4 tot 6 maanden een heronderzoek uit te voeren, onvoldoende voor de conclusie dat herstel voor de bedongen arbeid, al dan niet in aangepaste vorm, binnen 26 weken wél te verwachten viel. Zeker nu deze rapportage is opgesteld in het kader van de WIA-beoordeling.
4.De beslissing in het principaal en het incidenteel hoger beroep
C.C. Oberman en is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.